MRPI is een van de erkende methodes

 

De vergunningaanvrager zal in veel gevallen niet in staat zijn om zelf een aanvraag op te stellen. Het opstellen van de aanvraag kan hij opdragen aan zijn architect, een aannemer of een gespecialiseerde bouw- of duurzaamheidadviseur. Dat ontslaat hem echter niet van zijn wettelijke verplichtingen. In het geval van artikel 5.9 van het Bouwbesluit 2012 mag de aannemer, architect of adviseur gebruik maken van verschillende rekeninstrumenten, mits die maar zijn gebaseerd op de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. Deze bepalingsmethode, mede opgesteld door MRPI, is een standaard die wordt beheerd door de Stichting Bouwkwaliteit (SBK).

 

De standaard is dwingend. Andere bepalingsmethodes worden niet erkend. De rekeninstrumenten die de wettelijke methode hebben geïntegreerd, vergen allemaal dat het gebruik van grondstoffen, voor zover vergunningplichtig bekend is.

 

Men moet die dus (in detail) nagaan. De wetgever beoogt met deze oefening dat de vergunningaanvrager na verloop van tijd een zeker gevoel ontwikkelt voor wat een goede en een minder goede milieuprestatie is, aan welke knoppen hij kan draaien en hoe hij aan de vraag naar Duurzaam Bouwen kan voldoen.

Milieuprestatie; meetbaar in het Bouwbesluit 2012
 

Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische bepalingen die gehanteerd worden voor het verlenen van een bouwvergunning. De aanvrager van de bouwvergunning moet aantonen dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit.

 

Afdeling 5.9 van het Bouwbesluit 2012, dat inwerking treedt op 1 januari 2013, stelt regels voor de bepaling van de uitstoot van broeikasgassen en de uitputting van grondstoffen, voor zover er sprake is van nieuwbouwwoningen en kantoren met een totale gebruiksoppervlakte van 100 m2.
 

Dit beknopte artikel is nieuw voor het Bouwbesluit. Het artikel heeft grote consequenties voor de bouwwereld, de bouwtoelevering en ook voor de vergunningaanvrager. Er moet heel wat gebeuren om te voldoen aan dit nieuwe artikel. Voor alle duidelijkheid: het artikel behelst een inspanningsverplichting om milieugegevens aan te leveren. Er is (nog) geen wettelijke prestatie-eis aan gekoppeld. Artikel 5.9. geniet de brede steun van de bouwpraktijk, maar het moet nog-wel-even in de praktijk worden gebracht. 

 

In deze hand-out wordt ingegaan op de vraag wie-wat-moet-doen en wie-wat-kan-doen om te voldoen aan dit nieuwe voorschrift. Over dit alles heen wordt aangenomen dat alle betrokkenen een bijdrage willen leveren aan Duurzaam Bouwen en bereid zijn om daar iets voor te doen

CO2 uitstoot

 

De vergunningverlenende instantie moet toezien op de correcte uitvoering van de regels van het Bouwbesluit, het nieuwe artikel 5.9 daarbij inbegrepen. Dat betekent dat er onder andere berekeningen op haar bureau terecht moeten komen, die iets zeggen over de uitstoot van broeikasgassen (meestal is daarmee bedoeld: CO2) en de uitputting van grondstoffen. En dit alles van de wieg tot het spreekwoordelijke graf. 

 

De vergunningverlener mag een aanvraag niet afwijzen omdat de uitstoot van broeikasgassen naar zijn oordeel te hoog is.

Wel kan ze de aangeboden berekeningen ontoereikend vinden of van mening zijn dat het gebruik van grondstoffen gekwantificeerd, volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken, onvoldoende is bepaald.

 

Sowieso moet de vergunningverlener binnen twaalf weken beslissen over de aanvraag. De enige wettelijke gesprekspartner voor de vergunningverlener is de vergunningaanvrager, ofwel de initiatiefnemer tot een bouwwerk. Met alle achterliggende partijen heeft de vergunningverlener in principe niets te maken.

De instrumenteigenaar moet gebruik maken van de Bepalingsmethode van SBK 

  

Verder moet de opsteller/eigenaar van het rekeninstrument gebruik maken van data uit de Nationale Milieudatabase van SBK. Daarbinnen zijn drie groepen te onderscheiden, waaruit mag/moet worden gekozen: gevalideerde materiaal- en/of bedrijfsspecifieke gegevens en ongevalideerde materiaalgegevens. Is de leverancier al bekend kan men desgewenst bedrijfsspecifieke gegevens gebruiken. Is dat niet het geval, dan mag men gebruik maken van gevalideerde materiaalgegevens.  Zijn die niet in de database beschikbaar, dan zal men moeten terugvallen op ongevalideerde gegevens waarop echter een afgesproken malus van 30% van toepassing is. Veel LCA-data zijn momenteel helaas nog onvoldoende gevalideerd.

De belangrijkste bron van gevalideerde gegevens voor SBK is de Stichting MRPI, een initiatief van de bouwtoelevering die verenigd is in het NVTB. Door deze categorie-indeling ontstaat er een stimulans voor bedrijven en branches om zo snel mogelijk met betrouwbare, gevalideerde milieugegevens over de brug te komen.

 

De toeleverende industrie moet niets, wettelijk gezien, maar heeft er wel alle belang bij om het huiswerk voor de nationale milieudatabase goed te doen. Zonder goede gegevens heb je geen goed milieuprofiel en bovendien: men wil de aannemer, architect en opdrachtgever niet teleurstellen bij het nakomen van wettelijke verplichtingen elders in de keten. Zij zal dus graag milieugegevens willen  leveren en ook niet lang aarzelen om het te doen.

Tussen willen en doen staat soms ook nog het werkwoord kunnen. Het aanleveren door bedrijven en branches van informatie voor de nationale milieudatabase is niet iets wat in een knipoog geregeld is. Men moet voldoende kennis van zaken, tijd en geld hebben om betrouwbare data te verzamelen en aan te leveren, anders kan het niet.

 

Behalve de wettelijke verplichting voor de vergunningaanvrager doet ook de markt hier zijn werk. Wie immers niet meedoet, krijgt tot nader order een malus van 30%. De verwachting is dat de Nationale Milieudatabase van SBK spoedig de belangrijkste gegevensbron voor Duurzaam Bouwen in Nederland zal worden. SBK wil daar uiteraard graag aan bijdragen. Tevens waakt SBK over de standaard voor de rekenmodule, ze moet toezien op de kwaliteit van de aangeleverde data en zij is verantwoordelijk voor de registratie van de actuele gegevens.

Milieuprestatie

Adres      

Kingsfordweg 151          T: 06 22 97 20 56

1043 GR Amsterdam     E: janpieter@mrpi.nl